Boco - Scholengroep Brussel

BOCO steunt het Gemeenschaps- en officieel onderwijs in Brussel

  • Vergroot letter grootte
  • Standaard letter grootte
  • Verklein letter grootte
Home Nieuws Een eenheidsvak Levensbeschouwingen ?

Een eenheidsvak Levensbeschouwingen ?

E-mail Print PDF

Naar een eenheidsvak ‘levensbeschouwingen en filosofie’?

Verslag van het doordenkertje 16 november 2011

Inleiding

Het tweede ‘doordenkertje’ op 16 november 2011 was weer een groot succes dankzij het talrijk opgekomen publiek en de sterke inhoud.

Mevrouw Raymonda Verdyck leidde de gespreksnamiddag in door te vragen of onze huidige geseculariseerde en plurale samenleving niet noopt tot een andere invulling en organisatie van levensbeschouwelijke vorming op school.
We moeten het naast elkaar aanbieden van een aantal erkende levensbeschouwingen, zoals bepaald door de Grondwet, in vraag durven stellen.

Het levensbeschouwelijke landschap

Professor Patrick Loobuyck (UAntwerpen en UGent) sluit daar bij aan en stelt dat de Schoolpactwet van 1959 (verankerd in de grondwet van 1988) aansloot bij de toenmalige tijdsgeest die sterk gedomineerd werd door de tegenstelling tussen katholicisme en vrijzinnigheid. Hij merkt op dat het verbaast dat het aanbieden van de keuze tussen één der erkende godsdiensten en de niet-confessionele zedenleer in het officieel onderwijs in de grondwet werd verankerd terwijl alle andere onderwijsmateries door decreten worden geregeld.

Ondertussen is het levensbeschouwelijke landschap van onze West-Europese maatschappij ingrijpend veranderd door:

·      een toenemende secularisering. Levensbeschouwing heeft niet meer die ingrijpende plaats in het persoonlijk en maatschappelijk leven zoals dat in de jaren ’50 van de vorige eeuw het geval was. De spreker merkt terzijde op dat ook de islam in onze westerse maatschappij aan het seculariseren is.

·      een sterke pluralisering. Het schoolpact dateert van voor de migratiegolven die sinds midden de jaren ’60 van de vorige eeuw op gang zijn gekomen. Nu kunnen er zes erkende godsdiensten (en niet-confessionele zedenleer) aangeboden worden. Een zevende, het boeddhisme, staat aan de vooravond van erkenning.

·      een detraditionalisering en ontzuiling. Mensen zijn in toenemende mate mentaal ontzuild, wat niet betekent dat de zuilen als machtsblok verdwenen zijn. De ideologische basis is echter vervaagd. Zo kunnen we ons de vraag stellen wat het katholiek onderwijs nog katholiek maakt: niet de leerlingen, niet de ouders en minder en minder ook de godsdienstleerkrachten. De getuige-functie die van die laatste verwacht wordt is problematisch. Zelfs ‘het specialist zijn’ komt onder druk te staan door een gebrek aan instroom in de opleiding godsdienstwetenschappen.

Een eenheidsvak

Professor Loobuyck stelt voor om de huidige situatie voor de levensbeschouwelijke vakken te wijzigingen door de invoering van een algemeen vormend onafhankelijk plichtvak voor alle leerplichtleerlingen in alle netten.
Aangezien de inhouden van dit vak (de grote levensvragen, ethiek, burgerschapsvorming, filosofische vraagstellingen) eigenlijk tot de basisvorming behoren moet het door de overheid zelf georganiseerd worden en niet meer door afzonderlijke levensbeschouwelijke instanties.
Dit houdt in dat de overheid eindtermen opstelt, de onderwijsverstrekkers leerplannen schrijven en de kwaliteit ondersteunen en een onafhankelijke inspectie de kwaliteit bewaakt.
Voor dit vak kan men geen vrijstelling vragen, zoals nu wel mogelijk is voor de levensbeschouwelijke vakken (vooral de getuigen van Jehova en methodenscholen maken van deze mogelijkheid gebruik, veel minder individuele ouders).

Levensbeschouwing

Net zoals in het buitenland (UK en Zweden bijv. hebben ruim 40 jaar ervaring ter zake) wordt dus niet meer vanuit de levensbeschouwingen les gegeven (geen ‘catechese’), maar over levensbeschouwingen.
Uiteraard moet een beperkt volume ‘kennis’, ‘levensbeschouwelijke geletterdheid’, deel uitmaken van dit vak. Leerlingen moeten de wortels van onze cultuur en tal van cultuuruitingen beter leren begrijpen. Leerlingen moeten kennis verwerven over de levensbeschouwingen, wat een belangrijke voorwaarde is voor meer begrip voor mensen met een andere levensbeschouwing.
De hoofdopdracht situeert zich echter op vlak van de persoonlijkheidsvorming, namelijk het versterken van de levensbeschouwelijke gevoeligheid. Jongeren moeten in staat gesteld worden om ook op levensbeschouwelijk vlak “iets van hun leven te maken”.
Uit onderzoek blijkt dat het pover gesteld is met de levensbeschouwelijke geletterdheid en gevoeligheid van jongeren, ondanks het jarenlange aanbod van twee uur levensbeschouwelijke vakken.
Met het nieuwe vak willen we jongeren levensbeschouwelijke keuzes leren maken op basis van basisvorming (geletterdheid) én gevoeligheid voor levensbeschouwelijke vragen.

Ethiek, burgerschap en filosofie

Daarnaast moet het vak ook helpen inzicht te verwerven in ethische vragen. Het vak wil bijdragen aan de morele persoonsvorming.
Het vak wil ook de nood aan burgerschapsvorming lenigen. Volgens een aantal recente onderwijsonderzoeken is dit immers een zwak punt in het Vlaamse onderwijs. Momenteel zit die “civic education” vervat in de vakoverschrijdende eindtermen. Deze zijn echter niet bindend en komen dikwijls aan bod in tijdelijke projecten. Een eenheidsvak kan ze tot bindende eindtermen maken met basisinzichten over de herkomst en toekomst van mensenrechten, het belang van democratie, een kennismaking met grote stromingen als liberalisme en socialisme, ….
Jongeren moeten interculturele en democratische attitudes leren om optimaal te kunnen participeren aan onze plurale samenleving.

Hoewel in een aantal van onze buurlanden wel degelijk een apart vak filosofie bestaat, pleit Loobuyck ervoor om vooral de filosofische methodiek te integreren. Een echte cursus filosofie met teksten van grote filosofen ziet hij alleen haalbaar in enkele sterkere richtingen in de derde graad SO.

Wie zich verder wil verdiepen in de inhouden van het eenheidsvak vindt hier meer informatie: http://www.levensbeschouwingen.be/index.php?option=com_content&view=category&id=5&Itemid=6

Praktische problemen

De spreker erkent dat een aantal van de aangehaalde thematieken ook nu zeer degelijk aan bod komen in de levensbeschouwelijke vakken maar interculturele vaardigheden, dialoog en begrip stimuleer je niet door leerlingen apart te zetten volgens de levensbeschouwelijke keuze van de ouders. Bovendien kunnen we anno 2011 bij een aantal ouders terecht twijfelen of de keuze wordt ingegeven door levensbeschouwelijk engagement dan wel door tal van andere motieven.
Het weghalen van leerlingen uit de klasgroep zorgt overigens voor steeds meer praktische (lesrooster)problemen en dit vormt op het terrein zeker een bijkomend argument voor een eenheidsvak.
Een andere nijpend praktisch probleem, ook voor het katholiek onderwijs overigens, is het vinden van voldoende opgeleide leerkrachten die niet alleen ‘specialisten’ of ‘moderatoren’ voor een godsdienst willen zijn maar ook overtuigde ‘getuigen’. Het probleem van voldoende kwalificatie stelt zich bijzonder scherp bij de islamleraren omdat er geen masteropleiding voorzien is en er slechts twee opleidingen op bachelor-niveau zijn. Bovendien zijn er een aantal leerkrachten die het vereiste taalvaardigheidsniveau niet halen.

Professor Loobuyck sluit zijn discours af met de hoop dat een groeiend draagvlak voor zijn voorstel er op middellange termijn kan toe leiden dat de huidige versnippering, de levensbeschouwelijke ongeletterdheid en onverschilligheid kunnen omgebogen worden tot een persoonlijkheidsvormend engagement. Uiteraard zullen de leerkrachten levensbeschouwelijke vakken die nu in dienst zijn en over voldoende pedagogische kwalificaties beschikken als ervaringsdeskundigen (mits bijkomende opleidingen) ook aan de slag kunnen in het nieuwe eenheidsvak.
Tot er een volwaardige opleiding in de steigers staat en de eerste afgestudeerden het onderwijs binnenstromen zal er met de vakbonden een geleidelijk uitdoofscenario uitgewerkt moeten worden.

Een tipje van de sluier van de reactie van het GO!

Luc De Man, hoofd van de Pedagogische Begeleidingsdienst GO!, herkent veel van wat Patrick Loobuyck aanbrengt, in de discussies binnen de werkgroep Diversiteit in het GO!. Die werkgroep streeft naar een standpuntbepaling begin 2012. Op basis van dit standpunt wil het GO! in 2012 het maatschappelijk debat voeren.
Luc De Man stelt vast dat het om een zeer gevoelige materie gaat en dat het moeilijk is om de ‘praktijk van de dag’ zo maar om te gooien. Er worden heel veel praktisch-organisatorische bezwaren geopperd zowel door verdedigers van de huidige situatie als door zij die de situatie willen veranderen.
Het GO! wil het debat voeren op grond van inhouden. We willen vertrekken vanuit de verwachting die onze plurale samenleving stelt aan levensbeschouwelijke geletterdheid en gevoeligheid en dan kijken welke inhouden in een leerlijn hiertoe bijdragen. Naast inhouden willen we in het debat vertrekken vanuit ons pedagogisch project, kwaliteitszorg en gelijke kansen.

Dit sluit niet uit dat we ook oog hebben voor de druk tot verandering vanuit organisatorische hoek. Samen met de andere officiële onderwijsverstrekkers stellen we problemen vast i.v.m. de praktische organiseerbaarheid, vragen rond kwaliteitsbewaking en (on)gelijke kansen voor leerlingen die de ‘kleinere’ levensbeschouwingen volgen (lessen buiten de normale uren b.v.). We willen met hen hier het gesprek over aangaan.

Luc De Man kadert de levensbeschouwing in een heel brede maatschappelijke visie, waar ook ruimte is voor cultuur in de ruimste zin: kunst en muziek, maar ook het ‘lezen van gebouwen’, het (her)kennen van symbolieken …

‘Religiositeit’ (of noem het ‘levensbeschouwelijke gevoeligheid’) is een belangrijk aspect van de menselijke ervaring en verdient dus een plaats in het curriculum. ‘Religiositeit’ begrijpen we in brede zin, los van de concrete invulling die levensbeschouwelijke instanties hieraan geven. Daarom wil het GO! in een eerste fase streven naar een gezamenlijke opleiding in de derde graad secundair, als afronding van een leerlijn van zes tot zestien via het opbouwen van geletterdheid in het basisonderwijs en het verwerven van meer inzichten en het ingaan op gevoeligheid en beleving in de eerste en tweede graad van het secundair onderwijs.
Doelstelling moet inderdaad zijn om leerlingen op het eind van hun traject, op het moment dat ze rijp zijn voor abstract denken, alle kansen te geven tot keuzebekwaamheid en zelfstandig kritisch oordeel. Daartoe is een duidelijk platform van competenties en inhouden nodig. We willen hierover met de andere officiële onderwijsverstrekkers het gesprek aangaan.

De Raad van State heeft reeds aangegeven dat dit voorstel en ook het voorstel tot Decreet van J.J. De Gucht dat parallel loopt, juridisch mogelijk is. Dit veronderstelt dus ook dat de onderwijsoverheid en de school op termijn verder kunnen gaan dan de derde graad en ook inspraak krijgen in de leerprogramma’s (zeker als in sommige levensbeschouwelijke lessen een terugname op mensenrechten en de waarden van het Pedagogisch Project van het GO worden vastgesteld). Dit houdt ook in dat de inspecteurs levensbeschouwelijke vakken niet meer alleen de aanstellingen van leraren kunnen doen en de ‘druk’ op leerkrachten dus minder wordt. Scholen zouden dan ook de mogelijkheid krijgen om af te stappen van de weinig haalbare huidige uren- en lokalenregelingen en eventueel bepaalde vakken buiten het curriculum of de normale lesuren mogen leggen.
Er moet ter zake uiteraard met de inspectie van de levensbeschouwingen samengewerkt worden.

Gespreksronde met het publiek

Uit de vragen van het publiek blijkt een grote betrokkenheid.
Sommigen wijzen erop dat één van de inhouden van het nieuwe vak, namelijk filosofie, nu al her en der in het basisonderwijs gerealiseerd wordt via “filosoferen met kinderen” of in het secundair door “filosofie” te organiseren binnen de vrije ruimte.

Belangrijke spelers in de thematiek, die te weinig aan bod kwamen, zijn de ouders (en de oudere leerlingen). Blijkbaar willen steeds meer ouders eigenlijk niet zo graag voor slechts één levensbeschouwing kiezen, maar zien een eenheidsvak wel zitten. Vandaar ook soms het “shoppen”, of regelmatig van keuze veranderen. Dat de school bij het uitwerken van lessenroosters moet uitgaan van een (foutieve) schatting van die keuzes leidt soms tot bijkomende problemen. Er wordt op gewezen dat soms heel andere dan levensbeschouwelijke elementen een rol spelen bij de ouderkeuze, zoals bijv. het profiel van bepaalde leraren, culturele redenen (kennismaken met de wortels van westerse cultuur), negatieve keuze (geen godsdienst, dus niet-confessionele zedenleer, niet tegenstaande niet-confessionele zedenleer geen ‘neutraal vak’ is maar evenzeer een vak is dat ingericht wordt door een levensbeschouwelijke instantie).
Patrick Loobuyck beaamt deze opmerking en stelt dat de keuzebepaling moet omgekeerd worden: enkel als ouders expliciet vragen naar een bepaald levensbeschouwelijk vak moet dit ingericht worden

Sommigen betreuren dat de voorstellen van het GO! en J.J. De Gucht alleen over de derde graad gaan en vrezen dat het project, indien aanvaard, daartoe zal beperkt blijven. Men wijst er in dat verband op dat adolescenten dikwijls al lang voor de leeftijd van zestien met twijfels over de levensbeschouwing in het thuismilieu bezig zijn. Dat geldt zeker ook al voor leerlingen in het basisonderwijs die in ‘gemengde’ gezinnen wonen.

Verdedigers van het huidige systeem benadrukken het recht op een eigen godsdienstige overtuiging en betwijfelen of een leraar “neutraal” kan lesgeven over religieuze en filosofische overtuigingen. Reacties hierop herinneren aan het centrale uitgangspunt dat een dialoog in een steeds diverser wordende maatschappij moeilijk te realiseren is als iedereen in zijn eigen hokje opgesloten blijft. Een centraal gegeven in de plannen voor de hervorming van het secundair onderwijs is immers deze inclusiegedachte. Morele vorming start overigens al van in de kleuterklas en het is voor jonge kinderen met een sterke binding met de klastitularis niet steeds duidelijk waarom hun vriendjes soms uit de klas weggehaald worden.

Iemand anders stelt dat er ook binnen de verschillende godsdiensten en overtuigingen een enorme diversiteit is (momenteel vier erkende ‘christelijke’ godsdiensten, zeer diverse opvattingen binnen het protestantisme, meer dan zestig strekkingen binnen de islam). Men wijst er ook op dat iemand die een bepaalde overtuiging heeft daarom niet verhinderd is om zo objectief mogelijk les te geven over andere opvattingen – dat gebeurt ook met leraren andere vakken bij hun tekst- en themakeuzes . Het is uiteraard ook mogelijk om af en toe met gastsprekers te werken die getuigen hoe ze vanuit hun levensbeschouwing in het leven staan, bezoeken te brengen aan diverse levensbeschouwelijke instellingen (kerken, tempels, synagoge), …

Patrick Loobuyck stelt tot slot dat zijn voorstel geen kritiek inhoudt op de grote en toegewijde inzet van de leraren levensbeschouwelijke vakken, maar wel kritiek geeft op het kader waarin ze werken. Dat kader is niet meer aangepast aan de maatschappelijke diversiteit en de vragen van steeds meer ouders en scholen. Hij herinnert eraan dat het Belgische systeem van subsidiëring van godsdiensten en hun lessen een vrij unieke gunst is die niet zomaar in andere landen terug te vinden is.

Hugo Vandenbroucke,
pedagogisch medewerker Pedagogische begeleidingsdienst GO!
Marc Maes,
cultuurcoördinator SGR Brussel GO!

Laatst aangepast op dinsdag, 06 maart 2012 13:50