Boco - Scholengroep Brussel

BOCO steunt het Gemeenschaps- en officieel onderwijs in Brussel

  • Vergroot letter grootte
  • Standaard letter grootte
  • Verklein letter grootte
Home Nieuws Europa mankeert Bildung

Europa mankeert Bildung

E-mail Print PDF

EUROPA MANKEERT BILDUNG

In het Brusselse Goethe Institut spraken op 1 juni 2010 de Italiaanse schrijver Claudio Magris (bij het brede publiek bekend door zijn Donau-boek) en de Poolse journalist Adam Krzeminski over Europa als utopie en realiteit tegelijk. Het einde van het gesprek kwam uit op bedenkingen over het falen van het onderwijs in het bijbrengen van een algemeen maatschappelijke en culturele (Europese) vorming, iets wat in het Duits onder dat grote begrip “Bildung” valt. We signaleren het gesprek omdat er een aantal dingen terugkomen die BOCO ook meldde in artikels over Europa en Vlaanderen, multicultureel geschiedenisonderwijs, kennisarmoede = kansarmoede, het talenbeleid en de canondiscussie.

Claudio Magris werd in 1939 geboren in Trieste, een havenstad die speelbal werd van veel politieke wisselingen in Europa.  Als hem door zijn partner gevraagd wordt wat hij als de ziel van Europa beschouwt, dan blijkt dat ze het eens zijn:  Europa schijnt eindelijk uit zijn (oorlogs)geschiedenis geleerd te hebben dat die geschiedenissen van succes, maar vooral ook van conflicten, gruwelijk falen en donkere schaduwen niet opnieuw tot nationalistische tegenstellingen kunnen leiden, maar wel tot een gedeeld bewustzijn, een sterk relativeringsvermogen en  een wens naar een samenleving waar de “groten” geen bedreiging meer vormen voor de kleinere bevolkingen. Het terugdenken aan die soms gewelddadige geschiedenis, maar deze keer vrij van wraakgevoelens en revanchisme, moet daarom het vertellen van deze dikwijls tragische verhalen – zeker in het onderwijs – verder zetten . Gedeelde kunstrichtingen  zijn immers sterker dan nationale staten en denken in oorlogstermen van winnaars en slachtoffers.  Dit is dé deemoedige bijdrage van de literatuur (en de kunst, film en media in het algemeen) aan Europa.  Uiteraard is er  ruimte om fier te zijn over de eigen taal en cultuur, maar het is veel boeiender om Napolitaan, Fransman of Vlaming te “spelen” dan wel om alleen dat maar te zijn !  

Eigenlijk moeten we terug naar de vroegere middeleuropese meertaligheid en pluriculturaliteit  van de ontwikkelde middenklasse in het begin van de 20e eeuw, weg van de nationalistische kooien van de 19e eeuw.  Bildung is daartoe nodig: kennis van de grote noodzakelijke referentiepunten van de Europese, recent ook Oost-Europese, en andere beschavingen, waarbij canons nuttig zijn, maar zeker geen nationalistische en populistische “kanonnen” mogen worden.  Jammer genoeg constateren beide auteurs dat zelfs elementaire kennis over de bijbel of wetenschappelijke ontwikkelingen ontbreekt bij mensen van wie je dat niet verwacht.  Kennis over grote veldslagen en overwinningen mogen niet meer tot vieringen leiden, maar moeten gemarkeerd worden als historische gebeurtenissen, waaruit men eindelijk de conclusie getrokken heeft dat een verenigd Europa steeds meer nodig wordt. Vooral in het talenonderwijs moeten dergelijke Bildungs-referentiepunten die ver boven het nationalistische uitstijgen bevorderd worden:  literatuur, kunst , film  moeten leiden tot het ontwikkelen van een duidelijk gedeeld referentiekader met vele verre verbindingen.

We moeten er ons ook van bewust zijn dat voor de jongere generaties die nu in onze scholen zitten de tweede wereldoorlog zeer veraf lijkt en in Oost-Europa zelfs de periode van het communisme zo ook aan het worden is.  Daarom acht Magris de tijd rijp om een impuls te geven aan het tot stand komen van een sterkere Europese federatie met een veel uniformere politiek tegenover de financiële markten of de immigratie bijvoorbeeld.  Een utopie ? Oost-Europa weet uit herhaalde recente ervaringen hoe snel een toestand die langdurig scheen kan veranderen.  Zijn huidige populistische anti-Europese bewegingen in dat verband niet gewoon uiting van een vertragende fase ?

Europa bestaat als idee immers al veel langer dan de Europese instellingen: Goethe en Valéry schreven daar in oorlogstijden (Napoleon, WO I) boeiende gedachten over neer.  Die ziel van Europa, in tegenstelling tot veel andere in totaliteitstermen denkende beschavingen, is het belang van het individu als protagonist van een maatschappij die berust op eigen morele keuzes, echter steeds met oog op de gevolgen daarvan voor de maatschappij en het milieu in zijn geheel.  Daarom werd Europa de wieg van de democratie en de mensenrechten. Een auteur als Tsvetan Todorov voegt daar aan toe dat we niet mogen opgeven om dat maatschappijmodel ook in niet-EU-landen te promoten:  er is in Europa volgens die auteur immers een quantum aan niet meer te bediscussiëren waarden bereikt – een quantum ooit voor het eerst in gang gezet door Montesquieu in zijn “Esprit des Lois”.  

Krzeminski  schat de situatie dus evenzeer realistisch utopisch in omdat een collectief bewustzijn aan schuld en gruwelijk verkeerd gelopen handelingen in het verleden tot een gestaag Europees “Work in Progress” leiden. Europa is er nog niet zoals sommigen het zouden wensen, maar is wel veel meer dan een louter economisch ondernemen: Europa is een identiteit in wording. Was het niet een van de stichters, Jean Monnet, die daarom ooit de bedenking maakte of men bij de vorming van de Europese eenheid niet beter gestart was met cultuur, met Bildung als draagvlak, dan wel met kolen en staal ?

Laatst aangepast op zondag, 06 juni 2010 13:30